Re-integratie app

by Juliëtte Rosink

Hoe kan een hulpmiddel ondersteuning bieden bij de re-integratie van (ex-)jeugddelinquenten, zodanig dat de kans op recidive vermindert?

De re-integratie app is bestemd voor jeugddelinquenten die op het punt staan om terug te keren in de maatschappij. Na detentie valt de hulp voor deze jongeren grotendeels weg. Aangezien structuur belangrijk voor hen is, is het van belang dat ze dat overzicht ook na detentie nog kunnen behouden.

Aanleiding

Jeugddelinquenten zijn jongeren tussen de 12 en 23 jaar die een strafbaar feit hebben gepleegd. (Jeugdcriminaliteit, aanpak op maat; z.d.). Re-integratie betreft de terugkeer van ex-delinquenten in de maatschappij. Voor jongeren verloopt het re-integratieproces in een aantal stappen. Volgens Dienst Justitiële Inrichtingen besteden 81% van de jongeren korter dan 3 maanden in detentie (Inrichtingen, D. J., 2022). Aangezien dat soms een redelijk korte periode is, komen de jeugddelinquenten niet altijd aan alle stappen van het re-integratieproces toe. Daarnaast kunnen bepaalde factoren ervoor zorgen dat zij weer in herhaling zullen vallen (recidive).

Jeugddelinquenten bevinden zich grotendeels in de adolescentie: dit is een kwetsbare periode. Zo zijn bijvoorbeeld de prefrontale cortex en emotionele hersengebieden nog niet volgroeid, waardoor ze onder andere moeite hebben met plannen en het reguleren van emoties. (Kortbeek et al, 2022). Jongeren zijn hierdoor meer beïnvloedbaar dan volwassen. Ze vertonen dan ook sneller risicogedrag. (Welborn, B. L., et al., 2015, p.101). 

Ook sociale invloed kan een grote rol spelen bij jeugdcriminaliteit. Denk aan normatief conformisme (geaccepteerd willen worden door anderen) en informationeel conformisme (anderen zien als kennisbron). Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van groepsdruk of een autoriteitsfiguur. Het kan voorkomen dat jongeren hierdoor soms sneller de fout in gaan. (Aronson et al., 2018).

Voor sommige jongeren is criminaliteit hun leven; ze zien geen andere optie. Zodra ze vrijkomen hebben ze soms geen inkomen, schulden, of geen veilig thuis. Daarnaast moeten ze weer erg wennen aan de maatschappij waarin ze terugkeren. Tijdens detentie moeten ze zich aan een strak schema houden; bij de terugkeer valt deze routine weg. (Inrichtingen, D. J., 2022). De re-integratie kan dus ook erg stressvol zijn voor jeugddelinquenten.

Stellingname

Als ontwerper vind ik het belangrijk om rekening te houden met alle betrokkenen. Vaak wordt er meer naar de situatie van een slachtoffer gekeken, dan naar de situatie van de dader. (Ex-)jeugddelinquenten zijn een doelgroep die hun verhaal niet altijd kunnen delen, of die niet het gevoel hebben dat ze écht gehoord worden. We kunnen een negatieve blik blijven houden over ex-delinquenten, maar ik vind dat we het beter vanaf een andere kant kunnen proberen te bekijken.

Als we een gezondere en veiligere maatschappij willen, moeten we jeugddelinquenten proberen te ondersteunen waar kan. Deze jongeren zijn nog volop in ontwikkeling; een belangrijke reden waarom wij ze ondersteuning moeten bieden en waarom wij ze in hun kracht kunnen proberen te zetten. Zo krijgen ze een betere kans om terug te keren in de maatschappij.

De re-integratie app

Hoe kunnen we jeugddelinquenten vooruithelpen? Het is belangrijk om daarbij te kijken welke factoren een rol spelen. Denk aan de volgende criminogene factoren: wonen, inkomen, relaties met vrienden en familie, druggebruik, gedrag, en houding. (Nederlands Jeugdinstituut, z.d.). Deze en andere factoren zijn in veel gevallen de oorzaak van recidive. Dit blijkt onder andere uit het RNR-model (Risk-Need-Responsivity Model). Dit model richt zich op het voorkomen van recidive. Het model bekijkt hoe groot het risico is dat een persoon in herhaling valt (Risk), welke criminogene factoren/behoeftes daarbij een rol spelen (Need), en wat de motivaties en intellect van een persoon zijn (Responsivity). Als men inspeelt op deze factoren, kan de kans op recidive worden verminderd. (Fivoor, 2021).

Er zijn al een aantal aandachtspunten die tijdens detentie aangepakt worden, met name de volgende vijf ‘leefgebieden’: identiteitsbewijs, onderdak, werken en inkomen, schulden, en zorg. (Inrichtingen, D. J., 2020c). Wat betreft jongeren wordt er voornamelijk gewerkt aan behandeling, onderwijs, en voorbereiding op de arbeidsmarkt. (Inrichtingen, D. J., 2020a). Uit interviews blijkt dat jongeren soms tijdens detentie opknappen, bijvoorbeeld vanwege de duidelijke en strenge structuur/routine. Na detentie valt die routine weg, waardoor het lastiger kan zijn om goed terug te keren.

Tijdens de detentieperiode worden de jongeren dus al wel geholpen. Zodra die hulp uiteindelijk wegvalt, is het wellicht lastiger om op het goede pad te blijven. Daarom kan een hulpmiddel ondersteuning bieden. Het is dan van belang dat het product overzicht kan bieden na detentie.

De app bestaat uit diverse categorieën. De categorie ‘leefgebieden’ is gebaseerd op basisvoorwaarden die tijdens detentie al aangepakt worden. De overzichten hierbij bieden diverse mogelijkheden. Denk voornamelijk aan nuttige informatie (gericht op een specifieke gemeente) en lijsten die ze kunnen bijhouden.

In het re-integratieproces moeten jongeren soms aan bepaalde programma’s deelnemen. Een voorbeeld is het scholings- en trainingsprogramma (STP), waarbij jongeren tijdelijk met verlof gaan. (Inrichtingen, D. J., 2020b). Ze moeten dan een minimaal aantal uur op diverse gebieden besteden. Dit kunnen ze in de app dan makkelijk bijhouden, zodat ze voor zichzelf een beter overzicht hebben.

Daarnaast kan het voor jongeren lastig zijn om in te schatten hoe ze kunnen reageren in bepaalde situaties. Bovendien krijgen ze ook veel te maken met sociale invloed, zoals groepsdruk. Daarom staan er in de app ook flashcards met situaties. Per kaart staat er op de voorkant een situatie met mogelijke reacties, en op de achterkant een indicatie van hoe ‘voordelig’ de reactie is.

Als laatst is het ook mogelijk om contactgegevens makkelijk op te slaan. Zo kunnen de jongeren de informatie snel terugvinden als ze het nodig hebben.

Er is gekozen voor een app, zodat de jongeren de informatie altijd bij zich kunnen dragen. Daarnaast kunnen ze de informatie ook anoniem bekijken, wat belangrijk is voor deze doelgroep.

Literatuur:

Aronson, E., Wilson, T. D., Akert, R. M., Sommers, S.R. (2018). Sociale psychologie (9e editie). Pearson Benelux bv, Amsterdam.

Fivoor. (2021, 22 september). Theoretische grondslag behandelvisie - Fivoorhttps://www.fivoor.nl/wijzijnfivoor/werken-bij-tbs/behandelvisie-tbs/#:~:text=Criminogene%20behoeften%20zijn%20veranderbare%20risicofactoren,school%2Fwerk%2C%20schulden

Inrichtingen, D. J. (2020a, 30 september). Resocialisatie en nazorg. Justitiabelen | dji.nl. https://www.dji.nl/justitiabelen/jongeren-in-detentie/resocialisatie-en-nazorg

Inrichtingen, D. J. (2020b, 29 oktober). Verlof voor jongeren. Justitiabelen | dji.nl. https://www.dji.nl/justitiabelen/onderwerpen/verlof/verlof-voor-jongeren#:~:text=Het%20scholings%2D%20en%20trainingsprogramma%20(STP,(onder%20begeleiding)%20op%20kamers

Inrichtingen, D. J. (2020c, 11 december). Basisvoorwaarden re-integratie. Justitiabelen | dji.nl. https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/reintegratie/basisvoorwaarden-re-integratie

Inrichtingen, D. J. (2022, 5 juli). Infographic Justitiële Jeugdinrichtingen 2021. Publicatie | dji.nl. https://www.dji.nl/documenten/publicaties/2020/07/27/infographic-justitiele-jeugdinrichtingen

Jeugdcriminaliteit, aanpak op maat. (z.d.). Wegwijzer Jeugd en Veiligheid. https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/onderwerpen/jeugdcriminaliteit

Kortbeek, M., de Groote, L., Everaert, H., Thissen, E, van Berlo, V. (2022). Hersenen & Gedrag. Bijeenkomst 3

Nederlands Jeugdinstituut. (z.d.). Recidive Inschattings Schalen (RISc) | https://www.nji.nl/instrumenten/recidive-inschattings-schalen-risc#:~:text=criminogene%20factoren%3A%20de%20wijze%20waarop,zijn%20om%20recidive%20te%20voorkomen

Welborn, B. L., Lieberman, M. D., Goldenberg, D., Fuligni, A. J., Galván, A. & Telzer, E. H. (2015, 21 juli). Neural mechanisms of social influence in adolescence. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 11(1), 100–109. https://doi.org/10.1093/scan/nsv095