BENICE

by Daniël Priester

Wat voor effecten hebben de dalende populaties van bestuivers op de biodiversiteit en de staat van de natuur in Nederland, en hoe zou Nederland eruit zien zonder deze bestuivers?

Ruim 75% van de insecten zijn in de laatste 30 jaar verdwenen (Hallmann et al., 2017). Het gaat hier om de totale biomassa, dus het gewicht van alle insecten bij elkaar. Bij geen enkele groep dieren is de achteruitgang zo snel gegaan.

Zonder bestuivers stort een groot deel van de Nederlandse biodiversiteit in. Ongeveer 90% van alle wilde planten in Nederland is afhankelijk van bestuiving door insecten, zoals bijen, vlinders en zweefvliegen (Naturetoday, 2023). Deze planten zijn niet slechts decoratief of incidenteel van belang: zij vormen de ecologische ruggengraat van veel natuurlijke systemen. Door hun bloemen, bladeren en zaden bieden zij voedsel en schuilplekken aan talloze dieren. Ze dragen bij aan bodemkwaliteit, waterhuishouding en het vasthouden van koolstof.

Wanneer bestuivers verdwijnen, kunnen veel van deze planten zich niet of nauwelijks voortplanten. Het gevolg is dat bloemen uit het landschap verdwijnen, plantenpopulaties verouderen of afsterven, en het ecosysteem langzaam verarmt (Biesmeijer et al., 2006). Soorten die direct afhankelijk zijn van deze planten, zoals rupsen van vlinders, zaadetende vogels of nectardrinkende insecten, verdwijnen vervolgens ook. Een verlies van bestuivende insecten zorgt dus voor een kettingreactie voor het gehele nederlandse ecosysteem.

Om een doelgroep te kunnen definiëren is kennis nodig bij wie de verantwoordelijkheden van het bestuiverprobleem liggen. Allereerst is het goed om te benadrukken dat er een verschil zichtbaar is tussen directe en indirecte verantwoordelijkheid. Scheper (2016) stelt dat we bij directe verantwoordelijkheid denken aan de landbouw en overheden, instanties met een letterlijk directe invloed op de populatiecijfers van bestuivers.
Kort samenvattend komt het hierop neer: Consumenten bepalen niet direct hoeveel pesticiden er gebruikt worden of zouden moeten worden, ook zijn zij niet direct verantwoordelijk voor het habitatverlies van bestuivers. Alleen beïnvloeden ze de markt wel degelijk. IPBES (Potts et al.,2016) laat zien dat de keuze van een consument voor goedkoop, intensief geproduceerd voedsel aanzienlijk invloed heeft op het leven van bestuivers. Kleijn et al., 2018) legt de link dat intensieve landbouwlandschappen hogere pesticideblootstelling en lagere pollinatordiversiteit vertonen dan minder intensieve gebieden.

De beste manier om mijn zorgen in een ontwerp te vatten en hierbij gebruik te maken van mijn kracht als ontwerper is doormiddel van Speculative Design.

Echter moet het nog wel duidelijk worden welke insteek ik vervolgens wil gebruiken bij om mijn wereld de bouwen en mijn verhaal te vertellen. In de eerste instantie werd mijn fascinatie gewekt door het idee van Design Fiction:
Design fiction is de praktijk van het maken van tastbare en prikkelende prototypes uit mogelijke nabije toekomste, om de gevolgen van beslissingen zichtbaar en bespreekbaar te maken. Dit krijgt vorm door storytelling en conceptuele ontwerpen te ontwikkelen.

Hierbij kom ik uit tot de volgende doelen voor het ontwerp: Het zichtbaar maken van de systeemgevolgen, hoe ziet een wereld eruit waarin bestuivers uitgestorven zijn? En hiernaast, is dit een wereld die er voor mij positief of juist negatief uitziet? Hierbij is het belangrijk dat de gebruiker meegenomen wordt in de ervaring, het is van belang dat

Het visualiseren van de importantie van bestuivers. Het effect van deze beestjes op een cruciaal deel van ons leven (voedselvoorziening & gezondheid) zichtbaar maken.

Het creëren van frictie in mensen hun toekomstbeeld, het duidelijk maken dat een gezonde maaltijd in de toekomst geen gegeven meer hoeft te zijn. Hierdoor zet je de ‘veilige’ toekomst op losse schroeven door een dystopisch, maar realistisch beeld te schetsen.

De eerste insteek voor het maken van prototypes was het creeëren van zichtbaarheidscampagne waardoor bestuivers letterlijk een gezicht kregen. Hierdoor zou zichtbaarheid vergroot worden en de importantie van het probleem duidelijker worden.
Ook heb ik een klein interactief ontwerp gemaakt om te testen wat voor reactie mensen krijgen wanneer ze heel duidelijk zien hoeveel bestuivers hun dagelijkse acties kosten. Een echt ‘on the nose’ prototype.

Het is voor dit designvraagstuk echter veel relevanter om te kijken hoe zo’n verandering in algemene opvattingen en kijk op het probleem te bewerkstelligen is dan in te zoomen op hele persoonlijke veranderingen. Uitgerekend speculative design is een middel om zo’n “shift in consumption patterns” tot stand te laten komen.

Het uiteindelijke ontwerp moest dus leiden tot een systemische verandering, dit door gebruikers een dystopisch maar realistische ervaring te geven die ze liet ervaren hoe het leven eruit zou zien zonder bestuivers.

De beste manier om dit aan te pakken is eten. Dit raakt direct een kern van het probleem, zoals eerder vermeld is onze voedselproductie sterk afhankelijk van bestuivers.
Het ontwerp bestaat uit een ervaring van een avond uit eten gaan, hierbij wordt het steeds duidelijker dat er een onderliggende boodschap aan deze avond zit, maar waar gaat dit precies over?

De gebruiker wordt gedurende de ervaring geconfronteerd met subtiele hints die met bestuivers te maken hebben, zo kun je in de vormgeving de verdroogde aarde en dode bloemen zien. Hints die leiden naar 1 duidelijk onderwerp dus: bestuivers en de belangen om deze te behouden.