Gebruikssporen

by Lucas Groothuis

Hoe kunnen hedendaagse gebruiksobjecten meer wonderbaarlijk worden door veroudering juist te laten zien?

Boek | Critical | Vormgeving | Interactie | Filosofie

Sinds de industriële revolutie is vakmanschap aan de kant geduwd door massaproductie, en met die verschuiving verdween ook de uniciteit van producten. Wat een object bijzonder maakte — de handen die het hebben gemaakt, de tijd die erin zit — is vervangen door een lopende band aan identieke producten. De consumptiecyclus is hyperpersoonlijk geworden, maar tegelijk volkomen leeg: je bestelt iets, het wordt bezorgd in een vlekkeloze staat, dan heb je er even pret van, maar je gebruikt het tot de vreugde van nieuwheid vergaat. Uiteindelijk verdwijnt het product net zo zwijgzaam als het binnenkwam.

Zelf verlang ik naar die uniciteit die nu moeilijk te vinden is; in een wereld van zakelijkheid word ik juist moe van vlekkeloosheid. Ik denk dat deze uniciteit belangrijk is voor ons als mensen, om ons met elkaar te verbinden en om je cultuur terug te kunnen zien om je heen. Vakmanschap komt niet terug, en dat hoeft ook niet. Tijdens mijn afstudeerproject ben ik op onderzoek uit geweest naar verschillende manieren van zorgvuldig omgaan met en zorgen voor producten en dingen, om hierin een nieuwe manier van waarderen te ontdekken.

Zo heb ik ontdekt dat die uniciteit niet is verdwenen; we moeten er alleen ergens anders naar zoeken. Elk object dat gebruikt wordt, draagt sporen: een kras, een deuk, een geur, een verflaagje dat vervaagt in de zon. Die sporen vertellen iets: over wie het heeft gebruikt, waar het is geweest, wat het heeft meegemaakt. Veroudering heeft een eigen taal die we kunnen leren lezen, als vervanging voor wat vakmanschap ooit deed.

Toch worden deze sporen niet gelezen als geschiedenis. Zodra een object zijn nieuwe glans verliest, verdwijnt het in een onzichtbaarheidsfase: het vervult een functie, maar het wordt niet meer gezien. Onderzoek bij Repair Café en gesprekken over het leven van alledaagse spullen laten steeds hetzelfde zien: mensen hebben wel degelijk een relatie met hun spullen, maar die relatie is vaak puur functioneel. De emotionele laag ontwikkelt zich pas als het te laat is: meestal is het object dan al weg. Ik vind dat die emotionele waarde eerder tevoorschijn moet komen. Mijn project bevraagt daarom hoe gebruikssporen symbolische waarde kunnen dragen en hoe design dat beleefbaar kan maken. Ik bevraag onze omgang met gebruikssporen: waarom zien we deze als een tekortkoming, en niet als iets moois?

Het resultaat is een boek dat aan de hand van mijn eigen spullen laat zien hoe veroudering gelezen kan worden als geschiedenis: een versleten tweedehands e-reader die nog altijd zijn taak vervult, een LEGO-zonnebloem op Vinted die misschien naar sigaretten ruikt, de laarzen van mijn opa die nu als bloempot in de tuin staan. Elk object staat symbool voor een argument.

Maar het boek is ook zelf een object: gedrukt met een cyanotypetechniek is het ontworpen om sporen van licht op te nemen, en met thermochromatische verf reageert het als een levend object op aanraking. Elke lezer laat zo iets achter op elke bladzijde die hij leest. Na verloop van tijd vergaat de tekst, en blijft er een boek over dat alleen nog vertelt hoe het gelezen is. Het heeft dan zijn functie verloren, maar het vertelt nog altijd zijn eigen verhaal. Daarvoor verdient het respect.

Geef het daarom door. Geef het de kans om een verhaal te dragen en om meer te zijn dan een besmet ideaalbeeld.