Mijn Volgende Stap
Hoe kan het gesprek over het schooladvies tussen de docent en de leerling zodanig worden ontworpen dat de leerling een gelijkwaardige gesprekspartner wordt en de docent een gepaster schooladvies kan geven?
In dit project onderzoek ik hoe er een waardevol moment ontworpen kan worden tussen de docent en zijn groep 8 leerlingen als gelijkwaardige gesprekspartners over zijn of haar schooladvies. Er wordt namelijk veel gesproken en besloten over de leerling door de docent, collega's en natuurlijk de ouders over het advies van hun kind, maar er wordt nooit echt actief met de leerlingen gesproken over hun schooladvies. Door meer met het kind zelf op deze nieuwe manier over dit onderwerp in gesprek te gaan zal dit hopelijk een oplossing kunnen bieden om onderadvisering zo goed mogelijk tegen te gaan.
Probleemstelling
Er is in Nederland veel te doen over het schooladvies en de doorstroomtoets, maar in dit onderzoek wordt er vooral een diepe duik genomen in hoe een schooladvies nou tot stand komt en wat het probleem van onderadvisering nou precies inhoudt en de problematiek die dat met zich mee brengt. Van onderadvisering is sprake wanneer leerlingen een lager schooladvies krijgen dan andere leerlingen met vergelijkbare prestaties en capaciteiten. Helaas zijn er groepen binnen onze samenleving waarbij dit structureel voorkomt.
De oorzaak van dit probleem ligt bij het feit dat er vaak naar de achtergrond wordt gekeken in plaats van de leerlingen zelf. Dit worden ook wel 'wegingsfactoren' genoemd. Welke diploma's en opleidingen hebben de ouders gedaan? Beheersen ze de Nederlandse taal goed? Zijn de ouders gescheiden? Wat is hun sociaaleconomische achtergrond? Deze factoren wegen stiekem veel mee bij het bepalen van het schooladvies. "Ze keken niet naar mij, maar naar mijn ouders" is wat je dan vaak hoort bij de structureel benadeelde groepen. Het klinkt eigenlijk niet heel gek. Het gesprek over het schooladvies is een gesprek dat voornamelijk wordt gevoerd tussen de docent en de ouders van de leerling. Er wordt veel over de leerling gesproken, maar niet echt met de leerling zelf.
Positionering
Als ontwerper vind ik mezelf altijd heel oplossingsgericht werken en denken. Soms maak ik het daarmee ook moeilijk voor mezelf, omdat het ene probleem complexer is dan de andere. Het is altijd maar de vraag waar je als ontwerper precies kan ingrijpen. Op de eerste plaats is mijn visie redelijk helder en vanzelfsprekend: ervoor zorgen dat onderadvisering niet meer voorkomt en al helemaal niet structureel bij bepaalde groepen leerlingen binnen het basisonderwijs. En ook al zou mijn ontwerp het probleem niet volledig oplossen, hoop ik het wel te verminderen en bij te dragen aan de ontwikkeling in de goede richting. Ieder kind verdient een eerlijk en gepast schooladvies. Als ontwerper vind ik relevante maatschappelijke vraagstukken enorm interessant en draag ik daar graag mijn steentje aan bij.
‘Het kind is de deskundige, vraag het kind om advies. Je moet ervan overtuigd zijn dat kinderen iets te vertellen hebben en dat ze dat willen vertellen. Je moet alleen de grond maken, waardoor ze het kunnen vertellen’
Martine Delfos
Mijn Volgende Stap
Om een oplossing te bieden voor dit probleem is uiteindelijk deze proof of concept ontstaan. Het is een leuke, maar wel educatieve manier van praten over het schooladvies tussen de docent en de leerling. Het gesprek dat ongeveer een half uur duurt. Met deze methode krijgt niet alleen de leerling meer eigenaarschap over hun schooladvies, maar zo leert de docent zijn leerlingen nog beter kennen en kan de kennis die de docent uit deze gesprekken op doet ook weer gebruiken om een gepaster schooladvies te geven.
In het gesprek bouwen de leerling en de docent het 'profiel' van de leerling. Hieruit kan de docent nieuwe inzichten opdoen voor het schooladvies. Zo leert de docent de leerling beter kennen en versterkt dit ook de band die de leerling heeft met zijn of haar docent.
Na het bouwen krijgt de leerling nog de ruimte om vragen te stellen over zijn of haar voorlopige schooladvies. De meeste leerlingen weten vaak niet wat ze moeten vragen. Op het moment zelf accepteren ze wat ze krijgen, maar op latere leeftijd komen ze vaak terug op die beslissing als ze vinden dat ze ondergeadviseerd zijn. Dit zie je vaak bij 'stapelaars': mensen die veel opleidingsniveau's doorgaan en dus veel diploma's als het ware stapelen.
Met behulp van deze nieuwe ontworpen gesprekstool krijgen de leerlingen vragen voorgesteld die ze direct kunnen stellen aan hun docent, zodat zij beter begrijpen wat hun schooladvies nou precies inhoudt.
Conclusie
Om onderadvisering te voorkomen en leerlingen een zo gepast mogelijk advies te geven moeten we meer oog hebben voor de leerlingen die we beoordelen. Ze zijn jong, maar komen ook op een leeftijd dat ze mee willen praten en serieus genomen willen worden. We kunnen niet zomaar omdat we volwassen zijn beslissingen voor ze nemen zonder ze er zelf bij te betrekken. Het kind is een expert en daarmee een deskundige over zijn eigen leven en daarmee ook zijn eigen leren en schoolcarrière. Dit betekent natuurlijk niet dat zij kunnen bepalen naar welk niveau ze zelf willen gaan, maar je geeft ze wel meer de kans om ze mee te nemen in die beslissing. Je geeft ze eigenaarschap over hun eigen schooladvies en laat ze actief participeren, wat ook weer een positief effect heeft op hun academische prestaties. Het is zaak dat de docenten minder over de leerlingen praten, maar juist met de leerling over het schooladvies.